14 oktober jl. heeft Minister De Jonge bekend gemaakt dat de invoering van de omgevingswet met een halfjaar wordt uitgesteld. De invoering van de omgevingswet staat nu op 1 juli 2023. In het artikel van Binnenlandsbestuur werd duidelijk dat De Jonge met dit vijfde uitstel het advies van het adviescollege ICT-Toetsing negeert. Zij raadde De Jonge bij een nieuw uitstel een fundamentele herbezinning op het digitale stelsel aan, maar hier is geen gehoor aan gegeven.

Definitieve datum

Ter onderbouwing van zijn keuze heeft De Jonge aangegeven dat hij geen steun hoort bij medeoverheden en uit het bedrijfsleven. ‘Wel hoor ik nadrukkelijk de roep om duidelijkheid over de definitieve datum.’ Deze roep om een definitieve datum geeft druk en heeft ervoor gezorgd dat overheden grote stappen voorwaarts hebben gezet.

 

Te vroeg

Volgens De Jonge drongen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en de rijkspartijen aan om vast te houden aan de datum van inwerkingtreding per 1 januari 2023, maar lagen de provincies dwars. De geplande datum van 1 januari 2023 komt te vroeg, ‘omdat nog niet alle elementen op de voor de provincies belangrijke instrumenten, in de keten zijn beproefd.’, aldus de Jonge.

 

Extra tijd 

De nieuwe datum zorgt voor extra test- en oefentijd in de planketen en is er ook meer tijd voor het oplossen van de problemen die voortkomen uit het testen. De Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM’s) zijn minder nodig, ‘omdat de leveranciers langer de tijd hebben hun laatste software voor inwerkingtreding op te leveren’. De extra tijd heeft daarentegen ook een aantal nadelen volgens De Jonge ‘Uitstel brengt voor deze partijen extra werklast met zich mee in verband met de benodigde aanpassingen van werkwijze, wet- en regelgeving en het inrichten van de voorbereiding naar een nieuwe inwerkingtredingsdatum.’

 

Meer werk

Het nieuwe uitstel leidt er ook toe dat de instrumenten en de beleidsvernieuwingen van de Omgevingswet later ingezet kunnen worden. ‘Dit leidt tot dubbel werk voor projecten en ontwikkelingen die in voorbereiding waren.’ Tot slot leidt de nieuwe datumverplaatsing tot extra kosten voor de bevoegde gezagen en rijkspartijen.

Al met al was dit voldoende reden voor de Jonge om tot dit besluit te komen. Het biedt partijen in de zwembadbranche nog meer ruimte om zaken voor te bereiden om zo straks tot een succesvolle implementatie te komen.